Finale kwijting in een beëindigingsregeling toch niet zo finaal?


Een interessant vonnis van de kantonrechter Amsterdam van 14 januari 2010 (uitspraak nog niet gepubliceerd))

Feiten:

Op initiatief van ABN-AMRO heeft werknemer een beëindigingsregeling getroffen, waarin aan de werknemer een vergoeding van € 628.965 bruto (richtlijn ‘kantonrechtersformule met C=1) wordt toegekend. Daarnaast hebben de werknemer en de ABN-AMRO in een vaststellingsovereenkomst afspraken gemaakt over de eindafrekening van de arbeidsvoorwaarden waaronder: vakantie-uren/toeslagen, bonus/winstuitkering volgens de geldende CAO, hypothecaire lening en lease-auto enz. In deze vaststellingsovereenkomst zijn werknemer en ABN-AMRO finale kwijting overeengekomen. Over de optieregeling waarop de werknemer recht heeft, is echter niets opgenomen. Werknemer vorder alsnog uitbetaling daarvan. Dit komt volgens hem neer op een bedrag ad € 86.531. ABN-AMRO voert hiertegen verweer en stelt dat de opties verleden tijd zijn aangezien partijen elkaar in de vaststellingsovereenkomst finale kwijting hebben verleend. Werknemer bestrijdt dit met een beroep op Haviltex-criteria (JAR 2004/255)

Oordeel Kantonrechter:

De kantonrechter overweegt  dat het in het genoemde ‘Haviltex-arrest uit 2004 (ook) ging om de vraag of een bepaald element van de vaststellingsovereenkomst (pensioen-schade) in de algehele kwijting moest worden begrepen of niet. Het verschil met de onderhavige zaak is dat de pensioenkwestie daar in de onderhandelingen tussen werkgever en werknemer wèl aan de orde was geweest en uiteindelijk niet in de vaststellingsovereenkomst. In onderhavige zaak hebben partijen niet over de opties gesproken. Op grond hiervan beslist de kantonrechter dat ABN-AMRO niet in redelijkheid heeft mogen verwachten dat de werknemer zijn aanspraken op de hem verleende opties heeft laten varen. Dit heeft tot gevolg dat de finale kwijting niet de eventuele aanspraken op de opties omvat. Het lag volgens de kantonrechter op de weg van ABN-AMRO om de opties in het overleg naar voren te brengen (op basis van het beginsel van ‘goed werkgeverschap’).

De hoogte van de schadevergoeding is lastig vast te stellen omdar er een groot aantal factoren van onzekerheid is. Het blijft immers volgens de kantonrechter lastig omdat onduidelijk is hoe dit overleg zou zijn verlopen en wat de uiteindelijke inhoud van de vaststellingssovereenkomst zou zijn geweest als de opties wel onderwerp van overleg zou zijn geweest. Aangezien de schade bij gebreke van verdere concrete gegevens niet kan worden berekend en evenmin een redelijke schatting mogelijk is, dient een vergoeding naar mate van redelijkheid en billijkheid te worden toegekend. Gelet op de verwijtbaarheid van de ABN-AMRO, berekening van theoretische waarde van de opties, de inhoud van de vaststellingsovereenkomst en de wijze waarop deze tot stand is gekomen, vindt de kantonrechter een vergoeding van € 20.000 redelijk.

Conclusie: finale kwijting is dus niet zo finaal als er over een arbeidsvoorwaarde tijdens de onderhandelingen niet is gesproken…

Be Sociable, Share!

  1. No comments yet.
(will not be published)